Standaard MIG-lasprocessen in X8 MIG Welder
De processen die in dit hoofdstuk worden beschreven, zijn beschikbaar wanneer de MIG-modus is geselecteerd. Zie voor meer informatie over het selecteren van de MIG-modus Lasprogramma selecteren.
De eenvoudigste manier om een bepaald proces te gaan gebruiken, is een geheugenkanaal te selecteren met een lasprogramma waarin dat proces wordt gebruikt. Zie voor meer informatie Schermen van de Control Pad: Kanaal.
De lijst van verstelbare lasparameters in Instellingen > Parameters is afhankelijk van het geselecteerde lasprogramma.
MIG
MIG is een conventioneel MIG/MAG-lasproces met 2 knoppen waarbij de draadaanvoersnelheid en de spanning onafhankelijk van elkaar kunnen worden aangepast. MIG ondersteunt geen Wise-functies.
Om de draadaanvoersnelheid aan te passen, draait u de linker draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Om de spanning aan te passen, draait u de rechter draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Afbeelding: Scherm MIG-lassen
Wanneer u MIG gebruikt, kunt u via Instellingen > Parameters de volgende lasparameters aanpassen:
| • | Draadaanvoersnelheid |
>> min: de minimale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
>> max: de maximale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
| • | Spanning: de spanning (booglengte) aanpassen. |
| • | Dynamiek: -10...+10. Bepaalt het kortsluitgedrag. Aan de minkant is de boog zachter (minder spatten). Aan de pluskant is de boog harder (de boog is stabieler). |
| • | Startvermogen: -30...+30. Voor afstellen van het vermogensniveau voor boogontsteking. |
1-MIG
1-MIG is een synergisch MIG/MAG-lasproces: wanneer u de draadaanvoersnelheid verandert, past de stroombron de spanning daarop aan. Het proces is geschikt voor alle materialen, beschermgassen en lasposities. 1-MIG ondersteunt WiseSteel, WisePenetration+ en WiseFusion, en diverse geoptimaliseerde lasprogramma's.
Om tijdens het lassen het lasvermogen/de draadaanvoersnelheid aan te passen, draait u de linker draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Om tijdens het lassen de spanning fijn af te stemmen, draait u de rechter draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Afbeelding: Scherm 1-MIG-lassen
Wanneer u 1-MIG gebruikt, kunt u via Instellingen > Parameters de volgende lasparameters aanpassen:
| • | Draadaanvoersnelheid |
>> min: de minimale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
>> max: de maximale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
| • | Fijnafstelling: de spanning (booglengte) aanpassen. |
| • | Dynamiek: -10...+10. Bepaalt het kortsluitgedrag. Aan de minkant is de boog zachter (minder spatten). Aan de pluskant is de boog harder (de boog is stabieler). |
| • | Startvermogen: -30...+30. Voor afstellen van het vermogensniveau voor boogontsteking. |
| • | Startniveau: -30...+30. Voor fijn afstellen van de booglengte voor boogontsteking. |
| • | Stopvermogen: -30...+30. Voor afstellen van het vermogensniveau voor het stoppen van de boog. |
Puls
Puls is een synergisch MIG/MAG-lasproces waarbij de stroom pulseert tussen de basisstroom en de pulsstroom. De voordelen van Puls zijn een hogere lassnelheid en neersmeltsnelheid vergeleken bij kortsluitbooglassen, een lagere warmte-inbreng vergeleken bij sproeibooglassen, een spatvrije druppelboog en een glad uiterlijk van de las. Puls is geschikt voor alle soorten positielassen. Het is zeer geschikt voor het lassen van aluminium en roestvast staal, vooral bij een geringe materiaaldikte.
Puls ondersteunt WisePenetration+ en WiseFusion, en diverse geoptimaliseerde lasprogramma's.
Om tijdens het lassen het lasvermogen/de draadaanvoersnelheid aan te passen, draait u de linker draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Om tijdens het lassen de spanning fijn af te stellen, draait u de rechter draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Afbeelding: Scherm Pulslassen
Wanneer u de draadaanvoersnelheid instelt, past de stroombron de spanning en andere parameters daarop aan (bijvoorbeeld de basisstroom, pulsstroom en frequentie). Daarnaast kunt u via Instellingen > Parameters de volgende parameters aanpassen:
| • | Draadaanvoersnelheid |
>> min: de minimale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
>> max: de maximale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
| • | Fijnafstelling: de spanning (booglengte) aanpassen. |
| • | Pulsstroom %: Voor aanpassen van de pulspiekstroom. Te gebruiken voor het beheersen van de druppelovergang. |
| • | Dynamiek: Voor afstellen van het kortsluitgedrag. Aan de minkant is de boog zachter (minder spatten). Aan de pluskant is de boog harder (de boog is stabieler). |
| • | Startvermogen: -30...+30. Voor afstellen van het vermogensniveau voor boogontsteking. |
| • | Startniveau: -30...+30. Voor fijn afstellen van de booglengte voor boogontsteking. |
| • | Stopvermogen: -30...+30. Voor afstellen van het vermogensniveau voor het stoppen van de boog. |
DPulse
DPulse is een pulslasproces met twee aparte vermogensniveaus. Het lasvermogen varieert tussen deze twee niveaus en de parameters van elk niveau worden onafhankelijk van elkaar geregeld. In het scherm Lassen kunt u wisselen tussen niveau 1 en niveau 2 door op de linkertoets op de Control Pad te drukken. Het inactieve vermogensniveau wordt weergegeven met een grijze lijn in het draadaanvoersnelheidsdiagram.
Afbeelding: Scherm DPulse-lassen
Om tijdens het lassen het lasvermogen/de draadaanvoersnelheid aan te passen, draait u de linker draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Om tijdens het lassen de spanning fijn af te stellen, draait u de rechter draaiknop in het scherm Lassen van de Control Pad.
Wanneer u DPulse gebruikt, kunt u via Instellingen > Parameters de volgende parameters aanpassen:
| • | Draadaanvoersnelheid: voor aanpassen van de draadaanvoersnelheid voor niveau 1. |
>> min: de minimale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
>> max: de maximale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
| • | Fijnafstelling: de spanning (booglengte) aanpassen. |
| • | Dynamiek: Voor afstellen van het kortsluitgedrag. Aan de minkant is de boog zachter (minder spatten). Aan de pluskant is de boog harder (de boog is stabieler). |
| • | Pulsstroom %: -10...+15. Voor aanpassen van de pulspiekstroom. Te gebruiken voor het beheersen van de druppelovergang. |
| • | Startvermogen: -30...+30. Voor afstellen van het vermogensniveau voor boogontsteking. |
| • | Startniveau: -30...+30. Voor fijn afstellen van de booglengte voor boogontsteking. |
| • | Stopvermogen: -30...+30. Voor afstellen van het vermogensniveau voor het stoppen van de boog. |
Via Instellingen > DPulse kunt u de volgende parameters aanpassen:

| • | DPulse-frequentie: de frequentie waarmee het vermogen wisselt tussen de niveaus. |
| • | DPulse-tijdspercentage: de relatieve tijd van het vermogensniveau op de draadaanvoersnelheid van niveau 1. |
| • | Draadaanvoersnelheid 2: voor aanpassen van de draadaanvoersnelheid voor niveau 2. |
>> min: de minimale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
>> max: de maximale ingestelde waarde voor de draadaanvoersnelheid aanpassen
| • | Fijnafstelling nr. 2: voor fijnafstelling van de spanning voor niveau 2 |
DPulse ondersteunt de WiseFusion-functie en diverse geoptimaliseerde lasprogramma's.