Schermen van de draadaanvoer

Lasscherm

In het scherm Lassen kunt u:

Een overzicht inzien van de instellingen van het geselecteerde lasprogramma
De hoofdparameters (lasvermogen en fijnafstelling) aanpassen

1. Geheugenkanaal
2. Lasvermogen

>>  De eenheid van de parameter hangt af van het lasproces.

3. Spanning
Niet alle processen hebben deze parameter.
4. Fijnafstemming

>>  De eenheid van de parameter hangt af van het lasproces.

5. Toegepaste instellingen weergegeven in symbolen

>>  Zie voor meer informatie over symbolen Kemppi-symbolen.

U kunt het lasvermogen aanpassen met de linker regelknop.

De weergegeven lasparameter is Draadaanvoersnelheid, Stroom of Plaatdikte.

Met de rechter regelknop kunt u de secundaire lasparameter fijn afstellen. De verstelbare secundaire parameter is afhankelijk van het lasproces en de functie.

Scherm Geheugenkanalen

Lasparameters worden opgeslagen in geheugenkanalen. Het geheugenkanaal geeft dezelfde informatie weer als de lasparameters in het scherm Lassen. Elke gebruiker heeft zijn eigen geheugenkanalen.

Als u op de Kanaal-knop aan de linkerkant drukt, verschijnt het Channel-scherm. Links op het scherm verschijnt een menu met de geheugenkanalen. Om een kanaal te gaan gebruiken, beweegt u met de rechter regelknop de focus ernaartoe. Een gekanteld geheugenkanaalnummer geeft aan dat de parameters van het oorspronkelijke geheugenkanaal zijn gewijzigd.

Om een gewijzigd kanaal op te slaan, houdt u de Kanaal-knop ingedrukt of drukt u op Opslaan op de groene knop in de rechter draaiknop.

Instellingenscherm

Zie voor meer informatie over de instellingen van de draadaanvoer Scherm met instellingen van de draadaanvoer.