Scherm met instellingen van de draadaanvoer
U kunt het geselecteerde geheugenkanaal of de instellingen van de draadaanvoer aanpassen via het Instellingen-scherm.
Druk op de knop Instellingen om de instellingen van de draadaanvoer te openen. Wanneer het instellingenscherm open is, licht de Instellingen-knop oranje op.
Wijzig de parameters met de rechter draaiknop. Druk op de groene knop in het midden van de draaiknop om te selecteren en draai de rechter draaiknop om een parameter aan te passen.
Tabel 1. Instellingen van de draadaanvoer:
| Schakelaar | Wijzigen van de pistoolschakelaarmodus (2T/4T). |
| WP Switch aan/uit | De WP Switch-functie aan of uit zetten. |
| Dynamiek | De dynamiekinstelling aanpassen voor MIG, 1-MIG, Puls, DPuls en WiseThin+. DPuls en WP Switch hebben tevens een Dynamics2-instelling voor het aanpassen van de dynamiek van het tweede niveau. |
| Touch Sense Ignition | De functie geoptimaliseerde ontsteking aan- of uitzetten. |
| Hot start | De HotStart-functie aan- of uitzetten. |
| Kratervulling | De kratervullingfunctie aan- of uitzetten. |
| Lasdata | Geeft informatie over de laatste las weer. Druk op de groene knop op de rechter draaiknop om meer informatie weer te geven. |
| Apparaatinformatie | Geeft het serienummer en de softwareversies van het lassysteem weer. Druk op de groene knop op de rechter draaiknop om meer informatie weer te geven. |
Draadloze apparaten![]() |
Druk op de Aansluiten-knop rechts om een draadloze verbinding met de Control Pad tot stand te brengen. |
