Schermen van de Control Pad: Lassen
In het scherm Lassen kunt u:
| • | Een overzicht inzien van de instellingen van het geselecteerde lasprogramma |
| • | De hoofdparameters (lasvermogen en fijnafstelling) aanpassen |
Afhankelijk van het geselecteerde lasproces, functie en programma, wordt de onderstaande informatie geheel of gedeeltelijk weergegeven:
| 1. | Geheugenkanaal, het nummer daarvan en het lasprogramma |
>> In de eerste rij staat de naam van het geheugenkanaal.
>> In de tweede rij staat de naam van het lasprogramma, die bestaat uit het materiaal en de diameter van de lasdraad en het beschermgas.
>> Als u de lasinstellingen hebt gewijzigd, is het kanaalnummer naar rechts gekanteld. Om wijzigingen op te slaan, houdt u de knop met de groene ring ingedrukt totdat het nummer weer zijn normale positie aanneemt.
| 2. | Bedrijfsmodus van het laspistool (schakelaarlogica) |
>> 2T, 4T of WP Switch. Zie voor meer informatie Schakelaarlogicafuncties.
| 3. | Touch Sense Ignition |
>> Optie voor een soepele ontsteking met minder spatten.
| 4. | Upslope |
>> De geselecteerde start- en stoplogica.
| 5. | Geschatte lasstroom |
| 6. | Geschatte plaatdikte |
| 7. | Draadaanvoersnelheid |
| 8. | Serienummer van de stroombron, nummer van de draadaanvoerunit (1 of 2) en gebruikersnaam |
| 9. | Lasproces |
| 10. | Hot start |
>> De geselecteerde start- en stoplogica.
| 11. | Kratervulling |
>> De geselecteerde start- en stoplogica.
| 12. | Spanning |
| 13. | Spanning/fijnafstelling |
U kunt het lasvermogen aanpassen met de linker regelknop.
Met de rechter regelknop kunt u de secundaire lasparameter fijn afstellen. De verstelbare secundaire parameter is afhankelijk van het lasproces en de functie.
De lasvermogensgrafiek laat met een grijs rasterpatroon het oppervlak zien waar de geselecteerde waarden resulteren in een druppeloverdracht.
Afbeelding: Rasterpatroon in de draadaanvoerboog.
In DPulse, WP Switch en DProcess kunt u twee sets waarden aanpassen: het eerste niveau en het tweede vermogensniveau. Met de linker groene knop kunt u hiertussen wisselen. U kunt de waarden aanpassen met de regelknoppen. Het andere vermogensniveau wordt weergegeven met een grijze lijn in het draadaanvoersnelheidsdiagram.
Afbeelding: DPulse inschakelen (1) /uitschakelen (2)

U kunt de minimale en maximale waarde voor de draadaanvoersnelheid opgeven. Deze worden weergegeven als witte stoppen naast het draadaanvoersnelheidsdiagram.
Afbeelding: De minimum- en maximumstop
Het waardenbereik van de lasvermogens- en spanningsgrafiek, gespecificeerd door de lasprocedurespecificatie (WPS), worden weergegeven met een groene boog tussen de stoppen. De stoppen bevinden zich standaard boven en onder aan het gespecificeerde WPS-oppervlak, maar u kunt ze aanpassen aan uw voorkeuren: om het oppervlak smaller te maken of om buiten het gespecificeerde oppervlak te lassen.
Afbeelding: De minimum- en maximumstop voor WPS.
Als u de draadaanvoersnelheid of spanning wijzigt in een waarde buiten het WPS-bereik, wordt de parametergrafiek rood en verschijnt er een waarschuwingssymbool op het scherm.
|
Als u WeldEye hebt geïnstalleerd, slaat dit de data op als ongeschikt voor gebruik, zelfs als de laswerkzaamheden zulke waarden vereisen. |
Afbeelding: Waarden buiten het door de WPS gespecificeerde bereik